Nederlands, English
Doneer aan ASK-Solutions (Stichting IRADIS), Bekijk onze video's, Steun ons op Patreon
Aanmelden

Pictogram van een boekGeschiedenis

ASK-Solutions groeide uit een langere geschiedenis van gedeeld technisch werk, ethische en filosofische gesprekken, praktisch leren en betrokkenheid bij de gemeenschap. De kern was de overtuiging dat kennis niet opgesloten moet blijven wanneer zij mensen kan helpen om te begrijpen, te repareren, te bouwen, samen te werken en zelfstandiger keuzes te maken.

De publieke naam ASK-Solutions hoort bij het werk van Stichting IRADIS. De naam IRADIS heeft twee verwante betekenissen. De recursieve versie is IRADIS Research And Development Institute for Shared knowledge. De officiële betekenis is International Research And Development Institute for Shared knowledge. Beide betekenissen verwijzen naar hetzelfde idee: onderzoek, ontwikkeling en praktische kennis moeten worden gedeeld, hergebruikt en bruikbaar gemaakt voorbij één persoon, één project, één organisatie of één land.

Deze pagina geeft een verhalend overzicht van hoe ASK-Solutions (The IRADIS Foundation) zich hebben ontwikkeld, en hoe dezelfde ideeën rond gedeelde kennis, praktisch leren, reparatie, vrijheid en verantwoordelijkheid in de loop van de tijd verschillende vormen hebben gekregen.

Voordat de stichting een naam had

De wortels van ASK-Solutions gaan terug naar een combinatie van praktische technologie, filosofische gesprekken en leren door te doen. Lang voordat de juridische stichting werd opgericht, werkten mensen die later bij de vorming ervan betrokken waren al met software, hardware, elektronica, simulatie, webpublicatie, reparatie, communicatiesystemen, reverse engineering, vrije software, hackerethiek, demoscene-cultuur, BBS-systemen, FidoNet en het vroege internet.

Die technische achtergrond was belangrijk, maar vormde niet de hele oorsprong. De diepere vraag was ethisch en praktisch: wat gebeurt er wanneer mensen alleen wordt geleerd systemen te gebruiken, maar niet om ze te begrijpen? Wat gaat verloren wanneer reparatiekennis, technische kennis of praktische levenservaring achter gesloten deuren blijft? Hoe krijgen mensen vertrouwen wanneer zij mogen kijken, vragen, proberen, falen, repareren en samen bouwen?

Die vragen vormden de stichting voordat zij een definitieve naam had. De vroege gesprekken gingen over kennis, vrijheid, verantwoordelijkheid, leren, sociaal werk, gemeenschap, educatie en het verschil tussen technologie alleen gebruiken en technologie werkelijk begrijpen.

Haarlem-Overveen: een open technische omgeving

Eind jaren negentig ontstond rond de afdeling Luchtvaarttechniek van Hogeschool Haarlem een ongebruikelijke praktische omgeving. Het was een schoolomgeving met kantoren, werkplaatsen, laboratoria, opslagruimten, simulatorprojecten, technische collecties en mensen die zich tussen afdelingen bewogen. De werkplaats, studentenvereniging Sipke Wynia en vliegtuigcollectie bevonden zich bij een zijingang helemaal linksachter in het gebouw, direct naast de Sipke Wynia-bar en dicht bij de vliegtuigcollectie.

Die kant van het gebouw keek uit op de spoorlijn tussen Zandvoort en Haarlem, het terrein van het voormalige Marinehospitaal en een parkeerplaats. Het pad langs het spoor werd door studenten, medewerkers, docenten, buurtbewoners en bezoekers gebruikt als praktische afsnijroute tussen het station, de school, nabijgelegen straten en de omliggende wijken. Vanaf dezelfde zijingang lag het aangrenzende HEAO-gebouw direct in de buurt. In de praktijk maakte dit het gebied rond de werkplaats en vliegtuigcollectie veel opener dan een normale gang met lokalen of kantoren.

Laura, later een van de oprichters en nog steeds verbonden aan het bestuur, werkte daar aan software, hardware, testsystemen en automatisering. Een belangrijke vroege taak was het vanaf de grond opnieuw opbouwen van een digitaal toetssysteem voor studenten: het ontwerpen van kleine studententerminals met toetsenborden en displays, hardware-interfacing en software op de computer van de docent. Ander werk omvatte meet- en testapparatuur, educatieve hardware, maatwerk-elektronica en herbruikbare software.

Omdat het werk plaatsvond naast zichtbare looproutes binnen de school, gedeelde ruimten, de bar, de vliegtuigcollectie en de zijingang, bleef technisch werk niet verborgen achter een eindproduct. Mensen konden terminals, cockpitonderdelen, testapparatuur, tekeningen, kabels, gereedschap en half afgemaakte oplossingen zien. Die zichtbaarheid deed ertoe. Zij gaf mensen een reden om stil te staan, te kijken en te vragen wat iets was, waarom het werkte, waarom het niet werkte of hoe het gerepareerd kon worden.

In de eerste weken ontstonden gesprekken met mensen die belangrijk zouden worden voor de latere stichting. Hüseyin, toen student en al actief in gemeenschapswerk, raakte vroeg betrokken. Piet de Wit, een ingenieur met een Hoogovens-achtergrond, en Olaf van Bockel, voormalig piloot en flight test engineer, werkten aan het F.28-simulatorproject en hadden hulp nodig bij de computer- en automatiseringskant. Rond die projecten begon het idee van wat later Stichting IRADIS en The Owl’s Nest zou worden vorm te krijgen: nog niet als namen, maar als manier van werken.

De vliegtuigcollectie zelf was een belangrijk aantrekkingspunt, vooral tijdens open dagen en speciale evenementen. De collectie bevatte vliegtuigmateriaal met verhalen eraan verbonden, zoals de Fokker Spin die verbonden was met de vroege vlucht over Haarlem en een Sikorsky-helikopter die verbonden was met Olafs eigen ervaring als flight test engineer. Dit waren geen abstracte leermiddelen. Het waren fysieke objecten met geschiedenis, technische vraagstukken en menselijke verhalen, en zij maakten het omliggende technische werk toegankelijker.

Mensen kwamen binnen via gewone routes. Studenten van de naburige HEAO, studenten van andere afdelingen, technici, docenten, klasgenoten, bezoekers en mensen die al iemand daar kenden vonden hun weg naar de ruimte. Buurtkinderen kwamen niet in een afgesloten laboratorium terecht; zij kwamen in een zichtbare school- en werkplaatssfeer waar volwassenen aanwezig waren, deuren openstonden en vliegtuigonderdelen, gereedschap en uitleg de plek levendig maakten. Ze stelden vragen, keken wat er gebeurde en maakten soms eenvoudige tekeningen van de ruimte en de mensen die ze daar ontmoetten, die zij terug gaven als kleine tekenen van enthousiasme en waardering.

Wat ertoe deed was niet alleen de machines of het vliegtuigmateriaal, maar de sfeer. Mensen konden zien hoe ingewikkelde systemen werden uitgelegd door mensen die ze begrepen. Iemand kon wijzen naar een cockpitonderdeel, een terminal, een kabel, een stuk code of een kapot apparaat en uitleggen wat het deed. Dat maakte technisch werk benaderbaar, en liet zien dat kennis niet opgesloten hoeft te blijven in boeken, instellingen of eindproducten.

Het idee van een stichting groeit uit praktisch werk

De mensen rond de vroege projecten zagen dat technisch werk meer kon doen dan een apparaat of een stuk software opleveren. Een student die zijn motivatie kwijt was, kon weer geïnteresseerd raken door mee te helpen aan een echt probleem. Een kind dat alleen kwam kijken, kon vertrekken met een tekening, een vraag of een nieuw gevoel dat technologie iets was dat mensen maken. Iemand van een andere afdeling kon een moeilijk begrip begrijpen doordat het werd uitgelegd via een cockpit, een schakeling, een meting of een kapot onderdeel. Aangemoedigd door mensen onder wie Robert, Piet de Wit en Adriaan begon een kleine groep te zoeken naar een blijvender vorm voor dit werk.

De vroege groep bestond uit mensen met verschillende opvattingen over hoe kennis gedeeld moest worden. Er waren gesprekken over vrije software, de toen populair wordende commerciële framing van “open source”, hackerethiek, educatie, sociale verantwoordelijkheid en praktisch gemeenschapswerk. Deze gesprekken waren geen bijzaken. Zij vormden de latere identiteit van de stichting.

Ook de naam kostte tijd. Een vroeg voorstel was IRDI, een recursief acroniem voor IRDI means IRDI Research and Development Institute. Het paste bij de hackertraditie, maar was moeilijk uit te spreken, te onthouden en uit te leggen in verschillende taalcontexten. Na verschillende alternatieven bleef IRADIS over. De toegevoegde A maakte de naam beter uitspreekbaar, en de S kwam uiteindelijk te staan voor Shared knowledge.

Projecten vóór de formele oprichting

Het werk vóór de formele oprichting was breder dan vluchtsimulatie. Het omvatte educatieve hulpmiddelen, hardware-interfaces, maatwerk-elektronica, communicatiesoftware en kleine ontwikkelbordconcepten die mensen zelf konden solderen en programmeren. Een deel van dat werk lag dicht bij wat nu maker-educatie, open hardware of embedded development zou worden genoemd.

Simulatorwerk was een zichtbaar deel van de omgeving, maar niet de hele oorsprong. De F.28-simulator gebruikte een echte cockpit uit een vliegtuig dat in normale dienst had gevlogen. De computer- en interfacekant bracht oude hardware, maatwerk-elektronica, MS-DOS- en Windows-systemen, netwerken, real-time besturing, sensoruitlezing, indicatorbesturing en visualisatie samen.

De software rond dat werk hergebruikte eerdere low-level code uit demoscene- en systeemprogrammeerpraktijk. Het ging onder meer om Borland Pascal, flat 32-bit access, pre-emptive multitasking, geluids- en muziekroutines, tekenen in hoge resolutie, IPX/SPX- en UDP/IP-netwerken, en communicatie met secundaire computers die de cockpitinterface afhandelden via in eigen huis ontwikkelde elektronica.

FSLink en het misverstand rond Simulated Dynamics

Een stuk software uit deze periode was FSLink. Het draaide naast Microsoft Flight Simulator 98 en wisselde gegevens uit met het simulatorproces, zodat externe hardware en software konden reageren op de gesimuleerde vliegtuigstatus. Het was verbonden met het F.28-cockpitwerk en later met andere simulatorgerelateerde projecten.

Simulated Dynamics was niet de naam waaronder de stichting opereerde. Het was een ongeregistreerde werknaam of idee rond de eerste softwareversie en de presentatie van dat werk. Een exemplaar van FSLink werd verkocht aan Hogeschool Haarlem, en een ander exemplaar aan Gert Heijnis. Dat was een belangrijke technische en persoonlijke mijlpaal, maar het definieerde de latere stichting niet als commercieel softwarebedrijf.

Achteraf maakte FSLink ook een van de vroege spanningen zichtbaar. De software liet zien wat er gebouwd kon worden, maar het gesloten karakter paste niet volledig bij de richting die centraal zou worden voor de stichting. De discussie rond vrije software, open source, delen en praktische bruikbaarheid ging door en hielp de IRADIS-framing vorm te geven.

De stichting formaliseren

Rond 2000 was de beslissing gevormd om het werk een juridische en organisatorische basis te geven. De groep deed al technische projecten, sociaal en educatief werk, mentoring, onderwijs, educatieve ondersteuning, denktankwerk, fondsenwerving en gemeenschapsactiviteiten. Dat werk vond plaats in en rond schoolomgevingen, buurtsettings, gemeenschapsgebouwen, kerken, moskeeën, lokale organisaties en technische projectruimten.

Een van de eerste concrete formele projectlijnen was de Cosmicus A340 simulator met Stichting Cosmicus in Amsterdam. Het project werd gefinancierd door het toenmalige Nederlandse Ministerie van Onderwijs en combineerde kindereducatie, sociaal werk, vluchtsimulatie, vrije software, vrije hardware en praktisch technisch leren. Het bouwde voort op eerder simulator-interfacewerk rond de F.28-simulator bij Hogeschool Haarlem, waaronder de wortels van BFX en RDDP, libGC en A340GC.

De juridische route kostte tijd, en de moeilijkheid zat niet alleen in het vinden van de juiste woorden. De oprichters probeerden een missie te formaliseren rond gedeelde kennis, samenwerking, vrije software, vrije hardware, praktische educatie, sociale verantwoordelijkheid en technisch werk ten dienste van het algemeen belang. De notaris duwde hard terug op dat soort formuleringen. Kennis delen werd behandeld als te abstract: juridisch herkenbare activiteiten werden geframed als iets bouwen, verkopen, aankopen, ondersteunen of leveren. Vrije software en vrije hardware werden niet behandeld als afzonderlijke missieconcepten, maar als gewone software, hardware, broncodepublicatie, schema’s, service of ondersteuning rond iets dat was gemaakt of verkocht.

Het concrete Cosmicus A340-simulatorproject werd daardoor de vorm waarin een groot deel van de bredere missie juridisch zichtbaar werd. Het ging om kinderen, educatie, simulatie, software, hardware, mathematische modellen, samenwerking en gefinancierd werk ten dienste van het algemeen belang. Daardoor kwamen in de eerste statuten vooral het ontwikkelen, bouwen of aankopen van simulatoren, simulatiesoftware en -hardware, mathematische modellen, en het begeleiden van scholen, universiteiten en stichtingen bij dat soort werk centraal te staan.

Jarenlang werkte de stichting vanuit die smalle formele formulering, terwijl zij leunde op de brede slotformulering in de statuten: activiteiten die rechtstreeks of zijdelings verband hielden met die doelen, “alles in de ruimste zin des woords”. Dat gaf praktisch genoeg ruimte om de werkelijke missie voort te zetten, maar het drukte de filosofie achter de stichting niet helder uit. De statuten werden pas later, via een ander notariskantoor, gewijzigd om de bredere missie beter te weerspiegelen en de bepalingen op te nemen die nodig waren voor ANBI-doeleinden.

Dit werd een van de eerste duidelijke confrontaties van de stichting met een terugkerend probleem: ASK-Solutions werkt vanuit missie, filosofie en beoogde maatschappelijke impact, terwijl externe systemen vaak concrete projecten, resultaten, sectoren, diensten of omzetcategorieën willen. Door de jaren heen heeft de stichting haar werk herhaaldelijk moeten beschrijven in termen die administraties kunnen verwerken, zonder te accepteren dat die administratieve categorieën het doel van het werk bepalen.

In 2002 kreeg de stichting rechtspersoonlijkheid onder de naam Stichting IRADIS. Het vroege werk ging verder onder de stichting, projectnamen en activiteitsnamen die pasten bij het werk van dat moment. De publieke naam ASK-Solutions kwam veel later, in 2019, na the Italian Situation, toen een duidelijkere overkoepelende naam nodig was voor communicatie, projecten, publicaties, software, reparatie, educatie en gedeelde kennis.

Vroeg werk voor algemeen belang en gemeenschap

Het vroege werk van de stichting was niet alleen technisch. Het was ook sociaal, educatief en psychologisch in praktische zin. Meedoen aan, of simpelweg aanwezig zijn rond, concreet werk met software, elektronica, simulatoren, gereedschap of reparatie werd vaak gebruikt als indirecte route: niet door mensen te dwingen het geblokkeerde onderwerp rechtstreeks te confronteren, maar door ruimte te maken via een andere activiteit. Wanneer aandacht, gevoel en vertrouwen weer konden bewegen, kwam motivatie voor leren, samenwerking of persoonlijke richting vaak vanzelf terug.

Een deel van het werk was verbonden met buurtcommunicatie, lokale gemeenschapsnetwerken en educatieve organisaties. Een deel groeide uit gesprekken, mentoring, projectwerk en mensen die simpelweg binnenliepen. De rode draad was dat technisch werk, culturele context en praktische uitleg manieren konden worden om te leren, samen te werken, vertrouwen terug te vinden en de wereld te begrijpen als iets waarop mensen invloed kunnen hebben, in plaats van alleen iets dat zij consumeren.

Het latere begeleidingswerk verbonden aan Stichting Witte Tulp hoort naast de Cosmicus-lijn. Het ontwikkelde zich als verwante educatieve en gemeenschapsgerichte projectlijn, met mentoring, cultureel zelfvertrouwen, veilig computergebruik en technische uitleg als onderdeel van dezelfde bredere aanpak. IslamicScience zette een deel van die leerlijn voort via wetenschapsgeschiedenis, wiskunde, architectuur, handschriften en gestructureerd webpubliceren.

Hier hoort ook The Owl’s Nest thuis. The Owl’s Nest is niet alleen één adres, maar een werkmodel: een plek waar gereedschap, kennis, geduld, veiligheid en uitleg samenkomen zodat mensen kunnen maken, repareren, leren en delen.

Werkplaatsen, locaties en continuïteit

De stichting heeft altijd gewerkt via zowel fysieke plekken als netwerkinfrastructuur. Nog voordat de juridische stichting bestond, had het werk al een online aanwezigheid via BBS-systemen, FidoNet, DNS, mail- en webservers. Dat ging verder via systemen thuis, op Hogeschool Haarlem, op kantoor en later in datacenters. Het internet was vanaf het begin onderdeel van de werkomgeving: een plek om te publiceren, te communiceren, software te hosten en documentatie te delen.

Het kantoor en de backoffice boden continuïteit voor administratie, opslag, coördinatie en langlopende projecten. Praktische werkplaatslocaties veranderden vaker, omdat toegang tot ruimte, gereedschap en publieke activiteit afhankelijk was van instellingen, gemeenschapsgebouwen en later eigen werkplaatslocaties. De netwerkzijde van het werk hielp de continuïteit te bewaren wanneer fysieke locaties veranderden.

Die geschiedenis heeft sterk beïnvloed hoe ASK-Solutions denkt over gereedschap, ruimte en kennis. Een werkplaats is niet alleen een kamer met machines. Het is een sociale en technische omgeving waar mensen kunnen terugkomen, oefenen, vragen stellen, ervaring delen en over tijd vertrouwen opbouwen.

Publiceren, BackPage, Synergos en Nocterra

Naast het fysieke en educatieve werk bouwde ASK-Solutions ook publicatietools. Het vroege web had een directe belofte: mensen en organisaties konden publiceren, kennis delen en hulpmiddelen bouwen zonder toestemming nodig te hebben van een grote softwareleverancier, uitgever of omroep. Maar de beschikbare tools trokken websites vaak richting propriëtaire workflows, browserspecifieke uitvoer of afhankelijkheden van hostingpartijen.

Het eerste publicatiesysteem in deze lijn was BackPage, gebouwd als antwoord op de beperkingen van zowel handmatig onderhouden HTML als desktop-webauthoringworkflows. BackPage werkte vanuit gestructureerde bronbestanden en genereerde website-uitvoer. Het evolueerde later naar Synergos, dat een interactiever publicatiemodel verkende, met onder meer SQL-gebaseerde structuur, WYSIWYG-bewerking, pagina’s, producten, bestellingen en betalingsafhandeling.

De marktplaats- en webshoprichting werd uiteindelijk achtergelaten, maar het werk aan gestructureerd publiceren ging door. In 2019, na The Great Server Crash™, werd Synergos niet hersteld zoals het was. De bruikbare publicatielessen werden meegenomen naar Nocterra: een algemene vrije-software-CMS gebaseerd op brongebaseerd publiceren, gegenereerde uitvoer, overdraagbare inzet en langdurige controle.

Software, protocollen en simulatorlijn

Het simulatorgerelateerde werk liep ook door na de vroege FSLink-periode. De wortels van BFX en RDDP waren al aanwezig in het F.28-simulatorwerk bij Hogeschool Haarlem, waar echte cockpithardware moest communiceren met software die op computers draaide. Via het latere Cosmicus A340-simulatorproject kreeg die lijn duidelijker vorm als vrije software en vrije hardware.

A340GC, libGC en RDDP vormden een deel van de software- en protocollijn rond dat werk. BFX vormde een deel van de hardware-interfacelijn. Samen laten zij zien hoe simulatorwerk meer was dan een eenmalig product: het was een manier om echte hardware, software, communicatieprotocollen, interfaces en documentatie te verbinden in vormen die begrepen, hergebruikt en bewaard konden worden.

Maken, fabricage, reparatie en hergebruik

Naarmate de projecten diverser werden, bouwde ASK-Solutions ook meer praktische fabricagemogelijkheden op. Gereedschap, machines, elektronica, 3D-printen en later bredere werkplaatsvoorzieningen maakten het mogelijk om apparatuur te repareren, niet meer verkrijgbare onderdelen te reproduceren, ideeën te prototypen en les te geven via echte objecten.

Deze mogelijkheden zijn niet alleen productiecapaciteit. Zij zijn ook educatieve capaciteit. Wanneer iemand kan zien waarom een onderdeel faalde, hoe een connector werkt, waarom een meting ertoe doet of waarom een ontwerpkeuze later een onderhoudsprobleem veroorzaakt, wordt technologie minder afstandelijk. Reparatie en maken worden manieren om kennis te delen.

Wat hetzelfde bleef

Door de jaren heen veranderden de namen, locaties, gereedschappen en publieke websites. De onderliggende lijn bleef hetzelfde: kennis moet worden gedeeld waar zij mensen helpt om te begrijpen, te repareren, te bouwen, samen te werken en zelfstandiger keuzes te maken.

Vandaag werkt ASK-Solutions via artikelen, software, documentatie, reparatiekennis, projecten voor algemeen belang, praktische websites en The Owl’s Nest-locaties. Het werk is lokaal waar mensen elkaar in een ruimte ontmoeten, en internationaal waar kennis, software, documentatie en voorbeelden over grenzen heen hergebruikt kunnen worden.

Gerelateerde projectpagina’s

Verschillende delen van deze geschiedenis worden uitgebreider beschreven op projectpagina’s:

Belangrijke data en mijlpalen

Midden jaren negentig

Praktisch werk rond software, hardware, educatie, simulatorsystemen, BBS- en vroege internetcultuur, maatwerk-elektronica, meetsystemen en gedeeld technisch leren vormt de achtergrond waaruit ASK-Solutions later groeit.

1997–1998

Werk rond de afdeling Luchtvaarttechniek van Hogeschool Haarlem brengt technische projecten, een open werkplaatsachtige omgeving, studententoetssystemen, simulatorwerk, buurtbezoekers en de eerste gesprekken over een blijvender organisatorische vorm samen.

1998–1999

FSLink en gerelateerde simulatorsoftware worden ontwikkeld rond de F.28-cockpitomgeving. Simulated Dynamics wordt gebruikt als ongeregistreerde werknaam rond die software, niet als de naam van de latere stichting.

1999–2001

Het idee van een stichting ontwikkelt zich via technisch werk, gemeenschapsactiviteiten, fondsenwerving, educatieve ondersteuning, gesprekken over vrije software en open source, en discussies over naam en missie. Het netwerk reikt dan al verder dan Haarlem via mensen, projecten, onderwijsorganisaties en internetinfrastructuur.

2001

Het proces om het werk als stichting te formaliseren begint. Het domein iradis.org wordt geregistreerd en de naam IRADIS wordt onderdeel van de formele identiteit. De Cosmicus A340 simulator, gefinancierd door het toenmalige Nederlandse Ministerie van Onderwijs, wordt een van de eerste concrete formele projectlijnen waarmee het vroege werk ten dienste van het algemeen belang zichtbaar wordt.

2002

Stichting IRADIS krijgt rechtspersoonlijkheid en wordt de organisatorische basis voor technisch werk ten dienste van het algemeen belang, educatie, software, hardware, gemeenschapsactiviteiten en gedeelde kennis. De eerste statuten weerspiegelen het concrete simulatorgerelateerde educatieve werk zichtbaarder dan de bredere filosofie achter de stichting.

Begin jaren 2000

Projecten voor algemeen belang combineren technologie, educatie en sociale samenhang. De Cosmicus A340 simulator, begeleiding verbonden aan Stichting Witte Tulp, IslamicScience, simulatorgerelateerde software, praktisch leren, gemeenschapssettings en computerleerruimten blijven de aanpak van de stichting vormgeven.

Jaren 2000

Het publicatiesysteem BackPage evolueert naar Synergos, terwijl simulatorgerelateerde software en interfaces zich verder ontwikkelen tot meer herbruikbare componenten en protocollen.

2008

Er wordt meer interne fabricagecapaciteit opgebouwd ter ondersteuning van prototyping, reparatie, maatwerkonderdelen en praktische technische educatie.

2014

3D-printen wordt een stabiel onderdeel van workflows voor prototyping, reparatie en reproductie van onderdelen.

2015

Na jaren van wisselende locaties en tijdelijke regelingen wordt een stabielere publieke werkplaatsbasis opnieuw opgebouwd.

2019

Na The Great Server Crash™ wordt Synergos hernoemd en herschreven als Nocterra, met een hernieuwde focus op onderhoudbare vrije software, brongebaseerd publiceren en langdurige controle voor gebruikers. In dezelfde periode, na The Italian Situation, wordt ASK-Solutions aangenomen als duidelijkere publieke koepelnaam voor de projecten, publicaties, software, reparatie, educatie en gedeelde-kenniswerk van de stichting.

Jaren 2020

Langlopend werk rond reparatie, hergebruik, privacy, digitale autonomie en controle door gebruikers wordt duidelijker zichtbaar in publieke communicatie. Right to Repair en Right to Ownership geven bredere publieke taal aan zorgen waar de stichting al langer aan werkte via reparatiewerk, documentatie, software, artikelen, The Owl’s Nest, Nocterra en de Howard Public Licence.

ASK-Solutions werkt volgens de ISO 9001:2008 kwaliteitsnorm.