Nederlands, English
Doneer aan ASK-Solutions (de IRADIS Foundation), Bekijk onze video's, Steun ons op Patreon
Aanmelden

BFX en OpenBus

BFX en OpenBus waren opeenvolgende historische vrije-hardwareprojecten van ASK-Solutions rond fysieke interfaces voor simulatoren. BFX vormde de eerdere hardware-interface; OpenBus werd later als opvolger ontwikkeld en breidde het concept uit met een bridge, een gedeelde bus, verschillende interfacekaarten en verdere integratie met de simulatorsoftware.

OpenBus sloot technisch aan op A340GC, libGC en RDDP. Via RDDP kon de OpenBus-hardware gegevens uitwisselen met de simulatoromgeving en konden fysieke schakelaars, encoders, displays, lampen en andere in- en uitgangen aan de software worden gekoppeld. Deze RDDP-koppeling maakte geen deel uit van het eerdere BFX-systeem.

Wat OpenBus deed

Het OpenBus-systeem gebruikte een OpenBus bridge die via een RS232-seriële poort met een computer verbonden was. Achter die bridge werden interfacekaarten aangesloten op een gedeelde OpenBus bus. De bus gebruikte elektrische CAN-busniveaus, terwijl de data zelf als RDDP-pakketten over een 8N1 115,2 kbit/s seriële bitstroom werd verzonden.

Daardoor konden meerdere hardwarefuncties op één bus worden aangesloten zonder voor iedere bediening, display of ingang een afzonderlijke interface te ontwerpen. De OpenBus-bus en interfacekaarten boden zo een gestructureerde en herbruikbare manier om fysieke simulatorhardware aan software te koppelen.

Interfacekaarten

De OpenBus-kaarten werden ontworpen voor de praktische behoeften van simulator- en cockpitinterfacewerk. Verschillende kaarten konden verschillende soorten invoer en uitvoer leveren, waaronder:

Samen maakten deze functies het mogelijk om cockpitbediening, indicatoren, displays en panelen te verbinden met software die simulatorstatus via RDDP en verwante componenten kon begrijpen en uitwisselen.

Firmware en hardwareontwerp

De OpenBus-bussoftware werd geschreven in C voor de 80C51-lijn microcontrollers. De firmware werd beschikbaar gemaakt als vrije softwarefirmware. Dat was belangrijk omdat het gedrag van de hardware inspecteerbaar en aanpasbaar moest zijn, niet verborgen in een ongedocumenteerde controller.

De schema’s en PCB-layouts werden getekend in UltiCap en UltiBoard, uit de UltiMate MS-DOS-programmasuite, en beschikbaar gemaakt als vrije hardware. Dat paste bij dezelfde praktische filosofie als de software: mensen moeten kunnen bestuderen hoe het systeem werkt, het kunnen repareren, aanpassen en erop voortbouwen.

Relatie met A340GC, libGC en RDDP

OpenBus sloot technisch aan op A340GC, libGC en RDDP. RDDP vormde daarbij een belangrijke verbinding: OpenBus kon het protocol aan de hardware-interfacekant gebruiken, terwijl libGC en andere simulatorsoftware dezelfde gegevens binnen de simulatoromgeving konden verwerken en uitwisselen.

Daarmee konden fysieke bedieningselementen, displays, schakelaars, encoders, indicatoren en andere in- en uitgangen samenwerken met de simulatorsoftware zonder deze hardwarefuncties rechtstreeks in één applicatie onder te brengen. BFX ging historisch aan OpenBus vooraf, maar beschikte nog niet over deze RDDP-gebaseerde koppeling met A340GC.

Relatie met ASK-Solutions

BFX en het latere OpenBus horen bij de technische geschiedenis van ASK-Solutions waarin hardware, firmware, protocollen en documentatie als deelbare kennis werden ontwikkeld. BFX vormde een eerdere stap in het koppelen van fysieke simulatorhardware aan computers. OpenBus bouwde daarop voort met een uitgebreidere busarchitectuur, interfacekaarten en koppeling met de simulatorsoftware via RDDP.

Beide projecten boden daarnaast een praktische omgeving voor technische educatie. De verschillende generaties hardware maakten onderwerpen als elektrische niveaus, seriële communicatie, microcontrollers, firmware, digitale en analoge in- en uitgangen, timing, protocolontwerp, documentatie en onderhoudbaarheid concreet en onderzoekbaar.

Status

BFX en OpenBus zijn historische projecten van ASK-Solutions. BFX werd opgevolgd door OpenBus, dat het interfaceconcept verder ontwikkelde en nauwer met de latere simulatorsoftware integreerde. Beide behoren niet langer tot de huidige ontwikkelfocus, maar blijven belangrijk als onderdeel van de simulator-, vrije-hardware- en praktische interfacegeschiedenis van ASK-Solutions.

Waarheen verder?